Santa Maria di Leuca is een plaatsje wat omgeven wordt door de twee zeeën. Aan de kust staat een vuurtoren die een hoogte heeft van 47 meter. De afstand van Leuca tot Afrika is 800 km. De bedevaartplaats bevindt zich op het hoogste punt van de kaap, en heeft gastvrijheid verleend aan pelgrims afkomstig uit alle delen van de wereld. De bedevaartplaats staat bekend om de aanwezige villa's, die afkomstig zijn uit eind achttienhonderd en gebouwd zijn in zowel oosterse en Neoklassieke stijl.
Gaan we voorbij Punta Ristola dan zien we dat het landschap enigszins veranderd. De hoge en wilde kust maakt plaats voor lage rotsen, uitgestrekte stranden, en wijngaarden, die onderbroken worden door zestiende-eeuwse torens.
Het eerste plaatsje dat we tegenkomen is Patù, waar de toren S. Gregorio staat. Patù was de haven van Vereto, een antieke stad van Messapica, die verwoest werd in de 9e eeuw.
Gaan we verder richting het noorden dan komen we gelijk aan bij Torre Vado (Morciano di Leuca), en de andere badplaatsen zoals, Torri Pali (Salve), Torre Mozza e Torre San Giovanni (Ugento). Dit stukje kustgebied was ooit erg moerasachtig. Na 5 km komen we aan in Ugento, een antieke stad van Messapica waar men nog enkele resten van de oude stadsmuur kan vinden. Het museum Museo Civico huisvestigd zich hier ook, waar we vele voorwerpen uit het verleden kunnen bewonderen. En tot slot is hier een kasteel, dat zich op 100 meter boven de zeespiegel bevindt en een kathedraal uit 1700.
Voordat we aankomen bij Gallipoli komen we eerst nog Torre Suda tegen, een jachthaven van Racale, en ook Mancaversa en Torre Pizzo waar zich uitgestrekte stranden en lage kliffen bevinden.
Gelijk daarna vinden we het plaatsje Santa Maria al Bagno, dat beroemd is om de aanwezige thermische baden en de Romeinse haven. Santa Maria al Bagno is ook een badplaats waar het aangenaam toeven is.
In Santa Caterina staat de hoge toren, Dell'Alto, gebouwd op de Dirupo della Dannata (het verdoemde ravijn) samen met een andere toren, die dezelfde naam draagt, maar deze dateert uit de 17e eeuw. Deze twee torens geven uitzicht over Santa Caterina.
Opmerkelijk voor dit gebied is het natuurpark van Porto Selvaggio, waar zich de grotten van Capelvenere en van Uluzzo bevinden. In de grotten Cavallo en Uluzzo zijn opslagplaatsen uit de prehistorie oftewel het stenentijdperk te vinden. Aantrekkelijk is ook het heldere water in de baai van Uluzzi.
Porto Cesareo is vandaag de dag een aanzienlijke toeristenplaats. Er is 17 km aan strand en de zee ligt vol met eilandengroepen. De bekendste hiervan is het eiland van Conigli. De kust van dit eilandje is de ene keer stijl en rotsachtig en de andere keer laag met zandstranden, terwijl het binnenland is verdeeld in stukken bos en onbegroeide rotsen.
Naast de landbouwvelden, de olijfbomen en de wijngaarden bevinden zich in deze omgeving ook talloze torens. We komen bijvoorbeeld de toren Chianca tegen, waar we het eilandje Malva aan de overkant zien liggen, maar ook de Toren Lapillo, de toren Castiglione en de toren Columena. Deze torens staan allemaal op één lijn naast elkaar en eindigen in Taranto, waarmee ook gelijk het gebied van Salento ophoudt.